To listen music during navigating on the website without interruption of music, click on the "Detach" icon.

  

 

 

 

Bob Marley

Reggae is sensuele muziek met een typerend traag, maar duidelijk ritme.
Lees hier het levensverhaal van de man die de Jamaicaanse muziek internationaal bekend maakte, de koning van de reggae en voorvechter van het Rastafari-geloof.
 

 

Bob_Marley

 

 

 

 

 

 

 


Robert Nesta Marley
geboren 6 februari 1945 in Nine Mile, Jamaica
overleden 11 mei 1981 in Miami, V.S.


Uit een rijk nest komt hij niet, de man die de reggae wereldfaam bezorgde. Hij maakte zijn eerste gitaar van afval en zong op zijn tiende al voor geld op straat. In de sloppenwijken van Kingston ontmoette hij Neville O’Riley “Bunny” Livingstone. De twee vrienden maakten samen muziek, luisterden naar de Amerikaanse radio en kregen zangles van Joe Higgs, bij wie ze Peter McIntosh ontmoetten.

Bob wilde meer en nam zijn eerste single op toen hij 17 was, maar veel succes leverde dat niet op. Toen ook de twee volgende singles flopten, besloot Bob dat het tijd was om het als groep te proberen.
Met Bunny en Peter (Tosh) richtte hij de Wailing Rudeboys op, wat later veranderd werd in The Wailing Wailers. De mentor van de groep, rastafari Alvin Patterson introduceerde de jongens bij een producer in Kingston die gecharmeerd was van hun geluid en ze een contract aanbood. Eind 1963 namen ze hun eerste nummer op, Simmer Down, dat direct een succes werd. De groep, aangevuld met Junior Braithwaite en de zangeressen Beverly Kelso en Cherry Smith, ontwikkelde steeds meer een eigen geluid en was niet meer weg te slaan uit de Jamaicaanse hitlijsten.

Bobs moeder was intussen hertrouwd, woonde in de Verenigde Staten en boerde goed. Ze stuurde haar zoon een ticket, zodat ook hij een nieuwe start zou kunnen maken. Voor hij vertrok ontmoette hij Rita Anderson met wie hij in 1966 trouwde.
Met Rita kwam de rastafari-beweging wederom in zijn leven. Na acht maanden in de Verenigde Staten keerde het koppel terug naar Jamaica, waar keizer Haile Selassie een staatsbezoek had afgelegd, waardoor het Rastafari geloof sterk gegroeid was.
Bobs muziek veranderde; zijn geloof, zijn spiritualiteit en zijn sociale betrokkenheid werden meer en meer hoorbaar. Tegelijkertijd veranderde de muziek op Jamaica van springerige ska in een langzamer, sensueler geluid. 

Met de oud bandleden Bunny en Peter werd een nieuwe groep opgericht, The Wailers. De banden met de oude producer werden verbroken en een nieuw label werd gestart, wat helaas al snel weer verdween. Toch kon de groep overleven, in eerste instantie als songschrijvers, onder andere voor Johnny Nash die later een grote hit had met ‘Stir it up’.
Toen The Wailers in contact kwamen met producer Lee Perry begon eindelijk de zegetocht. Nummers als ‘Soul Rebel’ en ‘400 Years’ zijn niet alleen klassiekers geworden, maar bepaalden ook de richting die reggae zou gaan.

In 1970 werd The Wailers uitgebreid met bassist Aston Barret en zijn broer, drummer Carlton Barret. Gevijven vierden ze triomfen in het hele Caribische gebied, maar daarbuiten had nog steeds niemand van ze gehoord.
Dat veranderde in de zomer van ‘71 toen Johnny Nash Bob uitnodigde naar Zweden te komen. Hij belandde in Londen en regelde een platencontact bij CBS, de maatschappij van Nash. Het voorjaar daarop was de hele groep in Londen. Bob wandelde op een dag de Basing Street Sudios van Island Records binnen en vroeg om een gesprek met de baas, Chris Blackwell, die de Jamaicaanse muziek in Groot Brittannië had geïntroduceerd. Dat bleek de gouden greep. The Wailers kregen een uniek aanbod: ze waren de eerste reggae-band die een heel album mochten opnemen. Tot dat moment werd reggae beschouwd als muziek voor singletjes of goedkoop geproduceerde albums. Bob Marley en zijn Wailers kregen als eersten toegang tot de ‘echte’ studio’s. Hun eerste album ‘Catch A Fire’ zag er goed uit, werd flink gepromoot en bleek het begin van een grote, internationale carrière.

Op aandringen van Island Records startten The Wailers een tour door Groot Brittannië en Noord Amerika, ook al iets nieuws voor reggae-muzikanten. Binnen drie maanden waren ze echter terug in Jamaica, waar Bunny de groep verliet, omdat hij weigerde in Noord Amerika te spelen. Zijn plaats werd ingenomen door Joe Higgs, de man van wie de jongens ooit zangles kregen.
De Amerikaanse tour trok volle zalen. The Wailers speelden een weekendje in het voorprogramma van de in die tijd nog jonge Bruce Springsteen en werden uitgenodigd voor het voorprogramma van Sly & The Family Stone, op dat moment de belangrijkste ‘zwarte’ Amerikaanse band. Die uitnodiging werd echter al snel weer ingetrokken, naar verluidt omdat ze tè goed waren.

In 1975 verlieten Bunny en Peter definitief The Wailers om solo verder te gaan. In hun plaats kwamen Bobs vrouw Rita, Marcia Griffiths en Judy Mowatt en de naam van de groep werd veranderd in Bob Marley and The Wailers.
Het was de single ‘No Woman No Cry’ die de hitlijsten binnenstormde, waardoor reggae bij een veel groter publiek bekend werd. 

Met de internationale successen groeide ook de politieke stem van Marley in Jamaica. Het Rastafari-geloof kreeg veel aanhang onder de jeugd in de sloppenwijken waar jeugdbendes,  moord en doodslag intussen hoogtij vierden. Bob besloot tot een gratis concert, met als doel een lans te breken voor vrede.
Vlak na de aankondiging hiervan besloot de regering tot verkiezingen, twee weken na het voorgenomen concert. Dit leidde tot hernieuwde en heviger ellen in de sloppenwijken.
Op de avond voor het concert openden ‘gunmen’ het vuur op Bob Marley in zijn eigen huis, waarbij hij gewond raakte. De dag erna stond hij toch op het podium, voor een kort optreden, de ‘gunmen’ trotserend. Direct na de show verliet hij zijn geboorteland en vestigde zich in Londen. Pas achttien maanden na de aanslag op zijn leven kwam Marley terug in Jamaica, voor het One Love Peace Concert, waar ook de premier en de leider van de oppositie bij aanwezig waren.
Hij ontving in 1987 van de Verenigde Naties de internationale Vredes-Medaille. In datzelfde jaar ging hij voor eerst naar Afrika, naar Kenia en Ethiopië, de thuishaven van het Rastafari-geloof.

Na de tours in Europa en Noord Amerika volgden Australië, Japan en Nieuw Zeeland, reggae daarmee echte internationale bekendheid gevend. In 1980 traden Bob Marley and The Wailers voor het eerst op in Afrika, waar ze tot hun ongenoegen bleken te moeten spelen voor de jeugdige elite van Gabon. Dit minpuntje werd echter ruimschoots goedgemaakt met de uitnodiging om te komen spelen bij de onafhankelijksceremonie van Zimbabwe. Het was de allergrootste eer die de band ooit ten deel was gevallen en hiermee werd luid en duidelijk het belang van de Wailers voor de derde wereld bevestigd.

Een grote, records brekende tour door Europa volgde, waarna de groep Amerika nogmaals aandeed. Na twee optredens in de Madison Square Garden moest Bob Marley echter afhaken, omdat hij ernstig ziek bleek. De wond aan zijn teen die hij drie jaar eerder bij een partijtje voetbal opliep, bleek uitgemond te zijn in een zeer kwaadaardige kanker die zijn lichaam ondermijnde. Acht maanden vocht hij tegen de ziekte. De controversiële, medicijnvrije behandeling in Duitsland leek aan te slaan, maar uiteindelijk moest hij de strijd met de ziekte toch opgeven. Mei 1991 verliet hij Duitsland om terug te keren naar Jamaica, waar hij nooit aankwam. Hij stierf in een ziekenhuis in Miami. 

Een maand daarvoor had hij een van de hoogste onderscheidingen van verdienste van Jamaica gekregen, als erkenning voor wat hij voor de cultuur van het land had betekend.
Bob Marley kreeg een staatsbegrafenis, in aanwezigheid van de premier en de leider van de oppositie. Zijn lichaam rust in een mausoleum in zijn geboorteplaats Nine Mile in het noorden van Jamaica.

De koning van de reggae werd slechts 36 jaar oud, maar de legende leeft nog steeds voort. 


Lees ook informatie over:

Deva Premal & Miten
Joanne Shenandoah
Kitaro
Oliver Shanti & Friends
Pachuly & Friends